zondag 24 januari 2010

Eindopdracht ADV_3 sem 5 winter 2010 Mark Peeters 3b.

We moesten één van deze twee stellingen in nemen. En er tussen in gaan zitten kan niet want dan waren we een mietje of iets dergelijks.

- je ziet nieuwe mogelijkheden in het ‘prosumerschap’.
Hoe kan je als advertiser / conceptontwerper de input van het publiek stimuleren? Welke concrete triggers of ‘tools’ biedt je aan? Schets hiervan een scenario, bv. aan de hand van een fictieve campagne.

- je bent van mening dat auteurschap een zaak is van professionals.
Hoe kan je de prosumer bereiken zonder deze te laten deelnemen? Beschrijf een scenario van de rol van een advertiser / conceptontwerper in een participatiecultuur, bv. aan de hand van een fictieve campagne.

Een scenario: De prosumer maakt het merk. Als advertiser geef ik de vrije hand aan de prosument. Zij weten immers wat het merk is. We kunnen niet meer liegen door web. 2.0 de sociale platformen etc. Dus geven we de vrije hand aan de consument. We geven ze een bal en zij moeten hem verder schoppen. En dan maar zien of we scoren.
Conclusie: stelling één is te afhankelijk van variabalen.

Nog een scenario: Stel de professionals zouden in deze tijd geen heil zien in prosumers. In de tijd van web 2.0. In de tijd dat er web applicaties, interactieve sociale platformen en nog veel meer tools die consumenten ruimte geeft om te spugen wat ze willen. Dat zou betekenen dat de professionals van alles zouden kunnen roepen over het merk. Het is lekker! Mooi! Nieuwe! Maar niemand zou het meer geloven.
Je hoeft een product niet meer te proberen voordat je weet hoe het echt werkt. Je kijkt op een blogje of vergelijkssite en je hebt een eerlijker antwoord dan je van het winkelpersoneel zou krijgen. Het feit is, de consument maakt het merk al nog voordat je ze erbij betrekt. Ze zijn al prosument ook zonder dat ze gestuurd worden door de advertisers.
Conclusie: stelling twee is een onmogelijk iets.

De scenarios zijn wat zwart wit maar u begrijpt wat ik bedoel.

Ik ben het met u eens dat het een beetje laf is om er tussen in te gaan zitten met mijn mening.

Het probleem is dat beide stelling juist zijn. Of beide stelling zijn incompleet.
Er kan een derde stelling bij en dat is een combinatie van beide.

Hij zit er niet tussen in maar vult elkaar aan.
Maar dit is hoe een campagne het best zou werken.:
Auteurschap is een zaak van professionals, deze professionals moeten gebruik maken van de prosumers.

Dit gebeurt al en dit zal de juiste manier zijn om met het web 2.0 om te gaan. Je negeert de consument niet maar je laat ze ook niet regeren.

TNT, Nuon, Nationale Nederlanden en de Rabobank zijn Nederlandse bedrijven die doen aan crowdsourcing, het uitbesteden aan de massa.

Bedenk een windmolen om van te houden! Dat is de oproep die energiebedrijf Eneco plaatste op Battle of Concepts, een website waar bedrijven vragen stellen aan ‘de massa’. Eneco koos de beste ideeën uit voor een nieuw ontwerp van grotere windmolens, en verdeelde 5.000 euro onder de inzenders. Ook Prins Petfoods ontdekte een wereld buiten de eigen ontwerpafdeling. Het diervoedingsbedrijf vroeg volstrekte buitenstaanders om een ontwerp voor een nieuwe verpakking te bedenken.

In deze voorbeelden maken ze gebruik van de massa maar na gebruik wordt de consument ‘weggegooit’ en zijn de ideeën eigendom van de organisatie. Dus de professionals bewaken het auteurschap maar maken gerbuik van de prosumers (de collectieve creatieve.)

En ondanks dat de vervelende Andrew Keen met negatieve voorspellingen komt als, een cultuur van ‘digitaal narcisme’, amateurisme, ondeskundigheid en verkeerde informatie. Moeten we toch waken voor dit doemscenario. Ook de mensen die beweren dat kwaliteit en bagger zichzelf wel filtert moeten beseffen dat het alleen kan gebeuren door kwaliteitsbewakers. Wat is kwaliteit? Dat verschilt per categorie. Voor amasument blijft het de massa die bepaalt. Voor effectiviteit van een commercial zullen de advertisers zeggen wat kwaliteit is. Reclame is er niet voor entertainment maar als onderdeel van een marketinginstrument. Doet een campgane wat het had moeten doen of zelfs beter dan is de klant blij én de reclame mensen, dus was het kwaliteit voor hun.

Een andere leuke intrigerende qoute van volgens mij Alvin Toffler maar hang me er niet aan op.
‘Een massa is niet slim een massa stemde op Hitler’.
Dit klinkt voor veel mensen negatief maar voor advertisers als muziek in de oren. Hoe mooi dit ook lijkt het bewijst wel dat de mensen een leider, een professional, nodig hebben om te komen waar ze willen óf waar het merk (Hitler in dit geval) wil dat ze komen en wat ze denken.

En waar Hitler, gestapo, gubbels en granaten inzetten om mensen voor zich te winnen hebben de advertisers sociale platformen, applicaties en mobieltjes.

Nog een voorbeeld die laat zien dat de prosumer een professional nodig heeft om te kunnen prosumen.



Naast dat er een trigger van 1000 eu aanvast zat heeft IKEA goed ingespeeld op de behoeft van de consument om zelf crea te zijn. andere woonwinkels bieden een kant en klaar interieurtje aan. Door een kartonnen bril en een website als platform kunnen nu alle ‘designers’ hun eigen leven vormgeven. onder pro waren de ‘designers’ nooit gaan prosumen. En door de pro’s blijft wel allemaal binnen het kader van het IKEA gedachte goed. ‘design you own life’.

Toch wil ik nog even toevoegen dat het eene merk zich veel beter / makkelijker leent voor het prosumer fenomeen, denk aan merken als IKEA, Lego of een doe-het-zelf-zaken bijvoorbeeld, dan een merk of product dat niets met het creeën te maken heeft. Denk aan een bank of merken die niets met technologie te maken hebben.

Volgens Euro RSCG is het belangrijkste kenmerk van een prosumer dat hij informatie en technologie in z’n bloed heeft. Meer dan andere consumenten informeert hij zichzelf, zoekt hij actief naar informatie en gebruikt hij daarvoor meerdere bronnen. De prosumer wil invloed op producten en diensten en maakt dat ook kenbaar. Hij beseft zijn macht en eist een gelijkwaardige relatie. Waar een early adopter met name snel aanschaft, vertelt de prosumer ook wat er aan een product of dienst te verbeteren valt.

Prosumers communiceren meer, voeren meer mobiele telefoongesprekken, sturen meer e-mails, SMS en MMS en hebben met meer mensen contact.

Het spel ‘Volvo The hunt’ lijkt op een participerend iets. Er wordt weinig met het product gedaan. Ze moeten alleen de auto vinden. Maaár de spelers van het spel maken wel het merk door mee te doen. Ze geven hints en werken samen met de producent en andere consumenten waardoor er toch een soort co-creatie ontstaat. Prosumerschap. Het is een dunne vage lijn en het is moeilijk te bepalen wanneer je hem overschrijdt. Daarom vind ik dit spel ook meer in het prosumers hokje passen dan alleen participerend.




Hoe dan ook hier wordt net als bij andere succesvolle campagnes van bovenaf goed in de gaten gehouden hoe het spel verloopt en wat de prosumers doen.

Wat ik bij mijn tweede scenario zei. Iedereen is nu een prosumer omdat iedereen bewust of onbewust iets aan het merk verandert door er simpelweg over te bloggen smsen of praten. Dit wordt door web 2.0 niet alleen mogelijk gemaakt maar ook versterkt. Daarom moeten professionals beter dan ooit het auteurschap bewaken en de prosumer gebruiken / sturen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten